De kip of het ei

Toen ik dertig jaar geleden in Drenthe kwam wonen en zelf nog geen kippen had, haalde ik mijn eieren bij een boerderijtje dat overeind werd gehouden met stutten en eierdozen. Ik was altijd bang dat met het weghalen van mijn doosje het hele boerderijtje zou instorten.

Op een keer vertelde de boerin verontwaardigd dat er een dame bij haar aan de deur was geweest voor eieren. “Ie weet wel, zo’n dame uut de stad, die alles zo goed weet.” Ik hield wijselijk mijn mond; nog niet zo lang daarvoor had ook ik de stad verlaten voor het platteland.

De stadse mevrouw had gevraagd of dit gestempelde eieren waren. “Gestempelde eieren?” had de boerin gevraagd. “Ja, eieren met een keurmerk,” had de mevrouw toegelicht. “Nee, dit bint gewoon eieren van de kip,” had ze geantwoord.

Toen de eieren eens op waren, vroeg een klant of er die middag misschien weer nieuwe zouden zijn; dan kwam ze later wel terug. Waarop de boerin zei: “Wat dacht ie, dak hier achter een eierfebriek heb, of zo?”