Misschien daarom

Dit weekend was ik twee keer in De Amer. Dat is niet bijzonder. Ik ben daar vrijwilliger en kom er vaak. De Amer is één van de bekendste kleine podia van Noord-Nederland; een authentieke, bruine kroeg met een gemoedelijke sfeer en bijzondere en intieme optredens van nationale en internationale muzikanten.

Vrijdagavond was ik er. Het begint met een voorprogramma: een Nederlandse singer-songwriter op het podium. Moe is hij. Op tournee met een medemuzikant die flink aan de weg timmert en waarmee hij diezelfde middag nog rondgehangen en gespeeld heeft op Noorderslag. Veel optreden dus. Morgen zelfs elf optredens op een dag, in alle elf Friese steden. Je moet toch iets met die Elfstedentocht, nu er al jaren geen ijs meer ligt op sloten en meren. Hij is vermoeid, maar sympathiek. Iemand die al heel lang in De Amer komt, solo of met anderen. En hij is goed. Zijn liedjes zijn prachtig. Meestal van hemzelf, soms een cover. Alleen weet je, als je moe bent, soms ineens niet meer hoe zo’n cover begint. Weg eerste zin. Compleet verdwenen. Of iemand het even wil opzoeken op de telefoon. Natuurlijk is er iemand die dat doet. De eerste woorden worden voorgezegd en daarna komt de rest vanzelf. Geef iemand de eerste zin en het hoofd weet weer waar het lied heen moet.

Na hem betreden twee Amerikaanse muzikanten het podium. Ook zij hebben verhalen. Over hoe het misging. Hun eerste concert samen: iedereen knetterstoned, inclusief zijzelf. De hele avond hetzelfde liedje gespeeld, want de rest waren ze kwijt. Hun auto konden ze na afloop ook niet meer vinden. En nee, inmiddels loopt het leven nog steeds niet soepel. Het album waar ze mee op tournee zouden gaan, was niet op tijd klaar en kan vanavond niet verkocht worden. De T-shirts die ze in Nederland lieten bedrukken hebben een prachtige afbeelding — alleen staat die op de achterkant in plaats van op de voorkant, zoals de bedoeling was. Een collectors item, noemen ze het nu.

Op zondag ben ik weer in De Amer. Dit keer voor een try-out van een theaterprogramma. Op het podium staat een doorgewinterde artiest van 81. De teksten rollen vrijwel zonder haperen uit zijn mond. Op een enkele keer na. “Dat doe ik expres,” zegt hij. “Om te voorkomen dat er morgen mensen komen klagen dat het helemaal geen try-out was, omdat er niks fout ging.”

En daar, ergens tussen vergeten songteksten, verkeerd bedrukte T-shirts en al dan niet expres gemaakte fouten, denk ik: misschien is dat wel precies wat De Amer zo mooi maakt. Dat het hier niet perfect hoeft te zijn. Dat dingen mogen misgaan. En dat er altijd wel iemand in de zaal zit die even de eerste zin voor je opzoekt.

Kringloop

Ik kom graag in de kringloopwinkel. Overtollige kleding en afgedankte prullaria breng ik achter het gebouw bij ‘afgifte goederen’, om vervolgens aan de voorkant de winkel te verlaten met nieuwe spulletjes voor hergebruik: iets voor in de tuin, een retro fotolijstje of een vintage krantenbak. Als iemand het principe van de kringloopwinkel snapt, ben ik het.

Toen er nog een basisschool in ons dorp was, werd er jaarlijks een rommelmarkt georganiseerd. Spulletjes waar je vanaf wilde, werden opgehaald en op de rommelmarkt kon je dan weer nieuw spul kopen. Als er niks van je gading bij was, kocht je iets om de schoolkas te spekken of om het het jaar daarna weer mee te geven: het kringloopprincipe in optima forma.

Een paar weken voor de uitdragerij ging ik kritisch door de kasten. Wat een jaar niet gebruikt was, ging in de doos voor de rommelmarkt. Borden, glazen, boeken, speelgoed: het ruimde lekker op.

Die zaterdag trok ik langs de kramen, met een boodschappentas in de aanslag, onder het motto: ‘waait er niks in, dan waait er niks uit’. Een stapeltje oude schoolboekjes, een schoolplaat en twee Irish-coffeeglazen had ik voor een klein prijsje weten te bemachtigen. Tevreden keerde ik met de buit huiswaarts.

Ik pakte de spulletjes uit. Eindelijk had ik vier dezelfde Irish-coffeeglazen — wat een tref! Jammer dat van een van de glazen het voetje beschadigd was; waarschijnlijk was er tijdens het afwassen een stukje af gestoten. Bijzonder, want een van mijn oude glazen had dat ook, wist ik.

Ik waste de glazen af en zette ze in de kast naast …………. Er stonden allerlei glazen, maar geen Irish-coffeeglazen.

De kip of het ei

Toen ik dertig jaar geleden in Drenthe kwam wonen en zelf nog geen kippen had, haalde ik mijn eieren bij een boerderijtje dat overeind werd gehouden met stutten en eierdozen. Ik was altijd bang dat met het weghalen van mijn doosje het hele boerderijtje zou instorten.

Op een keer vertelde de boerin verontwaardigd dat er een dame bij haar aan de deur was geweest voor eieren. “Ie weet wel, zo’n dame uut de stad, die alles zo goed weet.” Ik hield wijselijk mijn mond; nog niet zo lang daarvoor had ook ik de stad verlaten voor het platteland.

De stadse mevrouw had gevraagd of dit gestempelde eieren waren. “Gestempelde eieren?” had de boerin gevraagd. “Ja, eieren met een keurmerk,” had de mevrouw toegelicht. “Nee, dit bint gewoon eieren van de kip,” had ze geantwoord.

Toen de eieren eens op waren, vroeg een klant of er die middag misschien weer nieuwe zouden zijn; dan kwam ze later wel terug. Waarop de boerin zei: “Wat dacht ie, dak hier achter een eierfebriek heb, of zo?”